Ayurvedische Filosofie

Ayurveda - the Art of Living

Inleiding tot de Ayurveda


Ayurveda bestaat uit 2 woorden: Ayur wordt vertaald als leven, vitaliteit of lang leven en Veda van de stam ‘‘ ved ‘‘, betekent: weten, kennis, wetenschap.

“Ayurveda is dat wat Ayus laat kennen”
Charakasutrasthana, hoofdstuk XXX vers 23.

Ayus wordt vertaald als “leven”

Het weten, de kennis is neergeschreven in de vier Vedas:
  • Rig-Veda: het weten in strofen
  • Yayur-Veda: het weten in offerformules
  • Sama-Veda: het weten in melodieën
  • Atharva-Veda: het weten in magische formules
De essentie van de Vedas is de Kennis van het leven. Kennis van het leven geeft kennis over hoe om te gaan met ziekte, aftakeling en dood. Deze kennis is de sleutel tot de levenskunst - Art of living - savoir vivre, tot de Ayurveda. Het begin, van Ayurveda hangt dus nauw samen met het begin van de Vedas. Dit begin is historisch nauwelijks te achterhalen. Moderne onderzoekers stellen de vroegste kompositie van de Vedische hymnen rond 6500 v.C. Hierbij steunen ze zich op Jyotish of de Indiase astrologie/ astronomie. Met kennis van Jyotish kan men een in de Vedas beschreven constellatie dateren. Een Rig-Veda vers bijvoorbeeld dat verwijst naar een midwinter zonnewende in Aries kan gedateerd worden rond 6500 v.C. Dit werk van Indiërs als S. B. Roy en Amerikanen als David Frawley plaatst het ontstaan van de Vedas dus véél vroeger dan tot hiertoe werd aangenomen. Hoewel nog steeds omstreden, zou het veel verklaren over de oudste beschaving van India, de Indus-vallei beschaving.

Ayurveda_sanskriet
Ayurveda is dus een heel oud systeem van geneeskunde waarvan de wortels in de tijden van de Vedische cultuur en beschaving liggen. Men gaat ervan uit dat de Veda’s in geschreven vorm minimaal 6500 jaar oud zijn. Ayurveda behoort tot de sub-Veda’s en de klassieke Ayurvedische geschriften zoals de Charaka, Sushruta, en Vaghbata zijn van een latere datum dan de Veda’s. Ayurveda heeft zich door de tijd heen ontwikkeld en door de gehele geschiedenis heen zijn er nieuwe bijdragen geleverd, waarvan sommige op schrift zijn gesteld en andere mondeling overgeleverd zijn. Ayurveda is heden dag nog steeds een uiterst actueel en toepasbaar systeem van gezondheid, preventie en geneeskunde.

Charaka zegt in de Sutrasthana hoofdstuk I vers 41, 43, 46, 47: “Ayurveda is dat wat handelt over goed en slecht, gelukkig en ongelukkig leven, dat wat dit vergroot en niet vergroot, maat en natuur. Ayus betekent de vereniging van lichaam, zintuig organen, geest en zelf (atman). De Vedische geleerden beschouwen de Veda van dat Ayus als het meest deugdzame. Lichaam, Geest, en het ware zelf, deze drie vormen een tripode waarop het levende woord staat. Dat is Purusha, de persoon, voelend en gewaarwordend en plaats van deze Veda, de Ayurveda. Alleen voor hem, werd deze Veda tot leven gebracht.” Het onderwerp van de Ayurveda studie is de Mens of Purusha. De vraag die reist is verder; hoe wordt de mens, geplaagd door ongemakken, ziekte en ellende? Ayurveda biedt op elk moment een antwoord door middel van een helpend inzicht, een smeersel, een kruid of vergiffenis. De verantwoordelijkheid van de student, betreft dan ook het kunnen geven van een antwoord. De verantwoordelijkheid van de leraar is laten zien dat het antwoord altijd eenvoudig is.

De universele en eeuwige natuur van Ayurveda

  • Ayurveda heeft geen begin en geen einde
  • Ayurveda hoort niet bij één bepaalde cultuur of één land
  • Ayurveda hoort niet bij één bepaalde religie of geloof
  • Ayurveda hoort niet bij één bepaalde periode in de geschiedenis
Ayurveda toont op verschillende gebieden overeenkomsten met andere natuurgeneeswijzen, met name met de Tibetaanse, Chinese, Griekse en unani geneeskunde. Die overeenkomsten komen deels door onderlinge uitwisseling van kennis, en deels omdat de meeste natuurgeneeswijzen uiteindelijk gebaseerd zijn op de wetten van de natuur. Die wetten zijn universeel en overschrijden grenzen en culturen.

Ayurveda heeft geen begin en geen einde.
Charaka zegt in Sutrasthana hoofdstuk XXX vers 27: “Over Ayurveda wordt gezegd dat het eeuwig voortgaat, omdat het zonder begin is, de aard van de wezens vastgelegd is door de universele natuur en de aard van de substanties eeuwig is. Nooit was er niet-bestaan van de levensstroom of het intellect. De kenner van Ayurveda is ook eeuwig bestaand. Plezier of gezondheid en pijn of ziekte, samen met materiële factoren, oorzaken en symptomen zijn ook eeuwig door hun onderliggende verbondenheid. Dit alles wijst op het eeuwige voortbestaan van Ayurveda. Ten tweede, zijn substanties met eigenschappen als zwaar, licht, koud, heet, ruw, vettig, enz. onderworpen aan een vermeerdering of vermindering door de wet van gelijksoortigheid of niet-gelijksoortigheid. Zoals gezegd, zal in het geval van regelmatige inname van zware substanties, het zware vermeerderen en het lichte verminderen. Dus in het geval van andere substanties ook. Dit kenmerk, deze aard van wezens of entiteiten is eeuwig. Ten derde zijn de kenmerken van substanties zoals aarde enz. ook eeuwig. De substanties samen met hun eigenschappen zijn eeuwig. Ayurveda rees nooit op uit niet-bestaan, uitgezonderd begrip en voorschriften, waarin sommigen de oorsprong willen zien. Zijn natuurlijke kenmerken of hoedanigheden zijn niet kunstmatig, zoals hitte van vuur of vloeibaarheid van water. Het heeft ook het eeuwige voortbestaan van natuurlijke kenmerken van entiteiten in zich, als verhoging in zware substanties, verlaging in lichte substanties door geregelde inname van zware.”

Ayurveda hoort niet bij één bepaalde cultuur of één land.
Dit is inherent aan de naam van Ayurveda. Kennis van het leven moet per definitie universeel zijn. Anders moeten we het kennis van het Indiase leven noemen. Dat is natuurlijk niet zo. Kruiden en voedingsgewoonten kunnen verschillen, maar hun principes van vermeerdering en vermindering blijven gelijk.

Ayurveda hoort niet bij één bepaalde religie of geloof.
Ayurveda heeft zijn wortels in het Indiase Hindoeïsme, maar is zeker zo diep geworteld in het boeddhisme. Studies gemaakt door indologen wijzen erop dat Ayurveda deel uitmaakte van een wereldwijde vorm van genezen die we nu als alchemistisch sjamanisme zouden aanduiden. Precies door zijn universele karakter moet je geen hindoe, boeddhist of tibetaan zijn om Ayurveda te kunnen toepassen.

Ayurveda hoort niet bij één bepaalde periode in de geschiedenis.
Ayurveda is oud. Het gaat terug tot de oudste ontdekte beschavingen in de wereld. De hele geschiedenis door wordt het verder toegepast. In de 20e eeuw kent Ayurveda een revival door belangstelling uit het Westen. In de 21e eeuw kan Ayurveda model staan voor een nieuwe vorm van geneeskunde. Deze wordt door Deepak Chopra “Quantum genezing” genoemd.

De filosofie van Ayurveda


Ayurveda is een ander denkmodel. Een denkmodel of paradigma is een manier om de wereld te bekijken, te beschrijven en te verklaren. Tot hiertoe hebben we de wereld verklaard met het materialistische paradigma. Er is materie, die zien en voelen we en dat is onze basis voor het ervaren en het onderzoeken van de werkelijkheid. Hier wordt alles uitgedrukt in termen van kwantiteiten. Hoeveelheden of kwantiteiten kunnen gemeten, gewogen en geanalyseerd worden. Wezenlijk gaat het over teveel of te weinig en dat kun je exact meten. Er is bijvoorbeeld teveel cholesterol of te weinig vitaminen. Of er zijn teveel kilo’s of te weinig antistoffen. Dit model houdt alleen rekening met de kwantiteit. Maatschappelijk aanzien bijvoorbeeld wordt in dit model, alleen bepaald door de hoogte van iemands inkomen. Therapie hier gaat over iets wegnemen wat teveel is. Dit ligt aan de basis voor de bloei van de chirurgie. Therapie gaat ook over iets toevoegen wat te weinig is. Dit ligt aan de basis voor de vraag naar exacte en gestandaardiseerde medicijndosis. Langzaamaan dringt het terug door dat er ook andere modellen zijn om de wereld te beschrijven. Ayurveda is zo’n model. Het is de studie van de ons omringende kwaliteiten. Ayurveda benadert de mens vanuit het energie standpunt. In dit model wordt alles uitgedrukt in termen van kwaliteiten. Kwaliteiten, hoedanigheden of eigenschappen zijn alles wat van gelijk welke energie, kan ervaren worden. Vuur is heet. Wind maakt droog. Water is koud. Deze eigenschappen noemt Ayurveda: guna’s. De guna’s of kwaliteiten vormen de rode draad doorheen héél de Ayurveda. Ook in bijvoorbeeld de numerologie, wordt gekeken naar de hoedanigheden die bepaalde getallen aangeven. Pythagoras leerde al, dat getallen een eigen betekenis hadden, los van de cijfers waarmee ze worden aangeduid. De horoscopie, letterlijk: “in het uur kijken”, gaat over de kwaliteit van de tijd. Deze is onder andere belangrijk bij het zaaien en oogsten van kruiden en planten. Kwaliteiten zijn onmeetbaar. Ze zijn niet-materieel, wel ervaarbaar. Ze zijn een uitdrukking van energie. Wezenlijk gaat het over zwakke of sterke energie. Vuur dat niet voldoende brandt of wind die te hard waait. Koud is alleen koud ten opzichte van iets dat warmer is. Zwaar is alleen zwaar ten opzichte van iets dat lichter is. Beoordeling in dit model is steeds relatief, nooit absoluut. In beide modellen gaat het over teveel of te weinig. Bij de kwantitatieve benadering ga je dit exact meten met meettoestellen. Bij de kwalitatieve benadering zijn onze zintuigen de meettoestellen. Ayurveda zou kunnen zeggen: als wij ons niet bij de neus willen laten nemen, zullen wij onze neus centraal moeten stellen. De energie van voedsel bijvoorbeeld, uitgedrukt in calorieën, wordt in Ayurveda gekend door de zes smaken. Beide modellen worden in het dagelijkse leven voortdurend door elkaar gebruikt. Als twee zijden van één muntstuk zijn ze gelijkwaardig. Nu overheerst in onze wetenschappelijke wereld het kwantitatieve model. Maar tot in de 17e-18e eeuw werd ook hier in het Westen, kwaliteit het belangrijkst geacht. Nadien werd onder impuls van onder meer Descartes en Newton, het denkkader neergelegd voor de latere expansieve groei van het materialistische paradigma. Het is door deze groei en bloei dat we nu oplopen tegen de beperkingen en grenzen van dit model. Dit opent hart en geest voor andere denkmodellen. De 21e eeuw zou de tijd kunnen zijn waarbij we iets tegelijkertijd kennen door kwaliteit en kwantiteit. Ayurveda kan hieraan bijdragen, daar het een gestructureerd én logisch denkkader neerzet voor de studie van kwaliteiten.

Krachten


Het vertrekpunt van Ayurveda is dat van het derde Celestijnse inzicht: “Energie is de grondstof van alles op deze wereld”. Alles is gemaakt uit vijf vormen Oer-energie. De Samkhya filosofie noemt deze vormen, de Vijf Grote Geschapen Wezens. In de Veda’s en in de Griekse mythologie zijn het goden. Zij leven in de hemel. In de Ether. Deze wordt gezien als de vader van de andere vier, het Vuur, het Water, de Wind, de Aarde. Ayurveda, noemt dit de vijf elementen. Elk van die elementen is het resultaat van de werking van twintig basiseigenschappen. Het is de combinatie van deze twintig eigenschappen die ons de vijf elementen doen ervaren. Door hitte en scherpte, de guna’s ushna en tikshna, ervaren we het element vuur. Door droogte en kou ervaren we het element lucht. Combinatie van deze twintig guna’s geeft ook ontstaan aan de drie dhatu’s, de drie pilaren. Vata, Pitta, en Kapha. Deze zijn zelf een combinatie van de vijf elementen. De drie dhatu’s zijn niet alleen in de mens aanwezig maar ook in zijn omgeving, in de natuur, in voedsel, leef-wijze en denkwijze. Twintig kwaliteiten maken en dragen de mens en het universum. Zeker kunnen we hier over twintig Krachten spreken. In 1696 zegt Abraham Munting in zijn “Beschrijving der Aardgewassen” over de krachten van de komkommer: “De vruchten, koud en vochtig in den tweeden Graad, zijn zeer ongezond te eten: want ze verwekken Winden, verkouden de Maag en maken quaad Bloed. Doch voor sterke Naturen en hitzige Menschen zijn ze niet ondienftig; want zij verkoelen zonder verrotting, zijn ook de Blaas, Buyk en Maag aangenaam.” Wat kunnen we hier nog mee? Het Griekse, Westerse referentiekader begrijpen we niet meer. Flarden van deze kennis leven verder in de volks- of boerenwijsheid, maar het is géén coherent of samenhangend geheel meer. De studie van Ayurveda brengt deze krachten terug tot leven.

Gezondheid en ziekte


Gezondheid wordt in het Sanskriet swastha genoemd. Swastha betekent: ‘totally happy within oneself’. Het woord swastha komt van de wortels ‘swa’ en ‘stha’. In de wortel ‘swa’ zit ons woord ‘zelf’ en het franse ‘soi”. In de wortel ‘stha’ zit ons woord ‘staan’ en verder alles wat niet beweegt zoals standvastig, standbeeld en station. Letterlijk vertaald betekent swastha: stevig in jezelf staan; gevestigd zijn in je ware aard. Iemands ware aard is zijn natuur of prakriti. De individuele, aangeboren balans tussen de drie dosha’s wordt in Ayurveda prakriti genoemd. Deze balans wordt vastgesteld door de constitutie van de pols te voelen. Gezondheid wordt ook arogya genoemd en dat betekent afwezigheid van roga of ziekte. Dit is zoals de Engelse woorden: ease en disease. Het woord ease betekent verlichting, gemakkelijkheid en ongedwongenheid. In de Engelse uitdrukking: ‘to be at ease’, is iemand op zijn gemak, wordt minder gespannen en komt tot rust. Swastha zou ook vertaald kunnen worden als rusten in het zelf. Vrij vertaald betekent swastha: jezelf zijn, op je gemak zijn bij jezelf. Disease betekent ongemak, kwaal of ziekte. Ziekte wordt in Ayurveda dosha genoemd (zie bijlage 6). Dosha komt van de wortel ‘doesh’ en dat betekent ontwijd zijn, zondigen en een fout begaan. De eerste betekenis van dosha is avond en duisternis. Als de zon in ons woord gezondheid niet meer schijnt, wordt het duister. Dan vergeet de mens zijn ware aard, wordt goddeloos en denkt te zondigen. Schuld steekt de kop op en de mens wordt ziek. In Ayurveda verwijst het woord dosha dus niet alleen naar tekens en symptomen van ziekte maar evenzo naar het vergeten van onze spirituele natuur. Dit vergeten, is de fout die bekend staat als de belangrijkste oorzaak van ziekte. De onbalans tussen de drie dosha’s wordt vikriti genoemd. Deze onbalans wordt vastgesteld door de vikritipols te voelen. Swastha betreft de gezondheid van de ziel.

De gezondheid van het lichaam en de geest wordt in Ayurveda gezien als:
  • de balans tussen vata, pitta en kapha
  • de zeven dhatu’s, die kwantitatief en kwalitatief goed zijn
  • de mala’s die in de juiste verhouding worden uitgescheiden.
  • de geest die blij en tevreden is.
Het sterven en de dood van grote, verlichte meesters leert, dat het lichaam wél ziek kan zijn maar dat ze terzelfder tijd stevig in hun goddelijkheid verankerd waren. Swastha is onveranderlijk en altijd aanwezig. Met een gezonde geest en een gezond lichaam wordt de ervaring van swastha een natuurlijk gegeven.

Wilt u meer weten kijk dan voor onze schriftelijke cursus Ayurveda